eregast
zelfstandig naamwoord 'erəɣɑstBetekenis
- belangrijk persoon die als gast met extra grote eer wordt ontvangen en door zijn komst ook extra eer geeft aan de bijeenkomst
Hoe spreek je eregast uit?
/ˈerəxɑst/
Eregast bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eregasten | meervoud |
| eregastje | verkleinwoord, enkelvoud |
| eregastjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van eer en gast met het invoegsel -e-
Woordfamilie van eregast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eregasten | meervoud | eregast |
| eregastje | verkleinwoord | eregast |
| eregastjes | verkleinwoord meervoud | eregast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eregast zijn vastgelegd.