equivalent
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- iets gelijkwaardigs
- een woord of woordgroep in een bepaalde taal dat verwijst naar precies hetzelfde concept als een woord of woordgroep in een andere taal
- een woord met volledig gelijke betekenis
- gelijkwaardig.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| equivalenten | meervoud |
| equivalentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| equivalentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gelijkwaardig’ voor het eerst aangetroffen in 1650
Woordfamilie van equivalent
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| equivalente | woordvorm | equivalent |
| equivalenten | meervoud | equivalent |
| equivalenter | woordvorm | equivalent |
| equivalentere | woordvorm | equivalent |
| equivalenters | woordvorm | equivalent |
| equivalentje | verkleinwoord | equivalent |
| equivalentjes | verkleinwoord meervoud | equivalent |
| equivalents | woordvorm | equivalent |
| equivalentst | woordvorm | equivalent |
| equivalentste | woordvorm | equivalent |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van equivalent zijn vastgelegd.