epoche
zelfstandig naamwoord /eˈpɔxə/Betekenis
- tijdvak, tijdperk, epoque
Hoe spreek je epoche uit?
/eˈpɔxə/
Epoche bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| p | pak |
| ɔ | bot |
| x | acht |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| epochen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘tijdperk’ voor het eerst aangetroffen in 1720
Woordfamilie van epoche
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| epochen | meervoud | epoche |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van epoche zijn vastgelegd.