ensemble
zelfstandig naamwoord ɑ̃ˈsɑ̃bləBetekenis
- toneelgezelschap of muziekgezelschap
- muziekstuk of deel daarvan, voor samenspel van verschillende instrumenten of stemmen
- aantal bij elkaar passende kledingstukken
- samenhangend geheel
Hoe spreek je ensemble uit?
/ɑˈsɑblə/
Ensemble bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| s | sok |
| b | bak |
| l | land |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ensembles | meervoud |
| ensembletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ensembletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het geheel’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van ensemble
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ensembles | meervoud | ensemble |
| ensembletje | verkleinwoord | ensemble |
| ensembletjes | verkleinwoord meervoud | ensemble |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ensemble zijn vastgelegd.