elft
zelfstandig naamwoord ˈɛlᵊftBetekenis
- een haringachtige, die paait in de bovenloop van rivieren en beken en ooit inheems was in de Benelux
Hoe spreek je elft uit?
/ˈɛləft/
Elft bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| l | land |
| ə | de |
| f | fiets |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- haringachtige, die paait in de bovenloop van rivieren en beken en ooit inheems was in de Benelux, Alosa alosa
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| elften | meervoud |
| elftje | verkleinwoord, enkelvoud |
| elftjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands elft, in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351
Woordfamilie van elft
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| elften | meervoud | elft |
| elftje | verkleinwoord | elft |
| elftjes | verkleinwoord meervoud | elft |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van elft zijn vastgelegd.