elektrofiets
zelfstandig naamwoord e'lɛktrofitsBetekenis
- fiets die gelijktijdig wordt aangedreven door pedalen en een elektomotor (wordt meestal 'elektrische fiets' genoemd.)
Hoe spreek je elektrofiets uit?
/eˈlɛktrofits/
Elektrofiets bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| l | land |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| t | tak |
| r | rood |
| o | boot |
| f | fiets |
| i | riet |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- fiets die gelijktijdig wordt aangedreven door pedalen en een elektomotor (wordt meestal "elektrische fiets" genoemd.)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| elektrofietsen | meervoud |
| elektrofietsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| elektrofietsjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van fiets met het voorvoegsel elektro-
Woordfamilie van elektrofiets
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| elektrofietsen | meervoud | elektrofiets |
| elektrofietsje | verkleinwoord | elektrofiets |
| elektrofietsjes | verkleinwoord meervoud | elektrofiets |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van elektrofiets zijn vastgelegd.