eenpersoonshuishouden
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een huishouden bestaande uit één persoon
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eenpersoonshuishoudens | meervoud |
| eenpersoonshuishoudentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| eenpersoonshuishoudentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van een persoon en huishouden met het invoegsel -s-
Woordfamilie van eenpersoonshuishouden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eenpersoonshuishoudens | meervoud | eenpersoonshuishouden |
| eenpersoonshuishoudentje | verkleinwoord | eenpersoonshuishouden |
| eenpersoonshuishoudentjes | verkleinwoord meervoud | eenpersoonshuishouden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eenpersoonshuishouden zijn vastgelegd.