eekhoorn
zelfstandig naamwoord /ˈekˌhoːrn/Betekenis
- (Nederland), België) roodbruin knaagdier met lange pluimige staart dat vooral in bomen leeft
Hoe spreek je eekhoorn uit?
/ˈekˌhorn/
Eekhoorn bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| k | kat |
| h | hoed |
| o | boot |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor knaagdieren uit de familie Sciuridae
- soort nachtvlinder Stauropus (Stauropus)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eekhoorns | meervoud |
| eekhoorntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| eekhoorntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
erfwoord: volksetymologisch vervormd uit Middelnederlands eencoren / ecorn, dat teruggaat op Oergermaans *aikwernan-, aanpassing aan oudere nom. *aikwur, gen. *īkuraz, wijzend op een geredupliceerde Indo-Europese wortel (nom.) *h₂éi-h₂ur, (gen.) *h₂i-h₂urós, in de betekenis van ‘knaagdier’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Woordfamilie van eekhoorn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eekhoornen | meervoud | eekhoorn |
| eekhoorntje | verkleinwoord | eekhoorn |
| eekhoorntjes | verkleinwoord meervoud | eekhoorn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eekhoorn zijn vastgelegd.