duikploeg
zelfstandig naamwoordBetekenis
- groep duikers en hun helpers
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| duikploegen | meervoud |
| duikploegje | verkleinwoord, enkelvoud |
| duikploegjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van duik en ploeg
Woordfamilie van duikploeg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| duikploegen | meervoud | duikploeg |
| duikploegje | verkleinwoord | duikploeg |
| duikploegjes | verkleinwoord meervoud | duikploeg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van duikploeg zijn vastgelegd.