doornenkroon
zelfstandig naamwoord /ˈdornəkron/Betekenis
- van doorntakken gevlochten kroon als symbool van het martelaarschap
- roodkleurige, stekelige zeester
Hoe spreek je doornenkroon uit?
/ˈdornəkron/
Doornenkroon bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| r | rood |
| n | nek |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Acanthaster planci een zeester met doornachtige stekels die over het hele lichaam zijn verspreid. Hij kan een doorsnede van 40 cm bereiken, en heeft 12 tot 19 armen. De doornenkroon voedt zich hoofdzakelijk met koraalpoliepen. Hij klimt 's nachts op het rif en 'graast' dan het koraal af
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doornenkronen | meervoud |
| doornenkroontje | verkleinwoord, enkelvoud |
| doornenkroontjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van doorn en kroon met het invoegsel -en-
Woordfamilie van doornenkroon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doornenkronen | meervoud | doornenkroon |
| doornenkroontje | verkleinwoord | doornenkroon |
| doornenkroontjes | verkleinwoord meervoud | doornenkroon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doornenkroon zijn vastgelegd.