dommekracht
zelfstandig naamwoord 'dɔməkrɑxtBetekenis
- middel om zonder veel moeite of overleg kracht uit te oefenen
- werktuig dat dient om zeer zware voorwerpen op te lichten
- dom, log persoon die geen andere waarde heeft dan zijn lichaamskracht
Hoe spreek je dommekracht uit?
/ˈdɔməkrɑxt/
Dommekracht bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| ə | de |
| k | kat |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dommekrachten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘werktuig’ voor het eerst aangetroffen in 1660
Woordfamilie van dommekracht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dommekrachten | meervoud | dommekracht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dommekracht zijn vastgelegd.