dokker
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- zware, klotsende schoen
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dokkeren
- gebiedende wijs van dokkeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dokkeren
Vervoeging van dokker
dokkerhele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van dokkeren met het achtervoegsel -er