dikkop
zelfstandig naamwoord ˈdɪkɔpBetekenis
- persoon met een dikke kop; overdrachtelijk: hoge politieke functionaris
- vogelsoort verwant aan de griel
- distelsoort
- tarwevariëteit
- vlindersoort
- vissoort
- larve van de kikker of salamander, in het stadium van uit het ei komen tot 6-9 weken(daarna wordt het een kikkervisje). Een dikkop bestaat uit een ovaalvormig lichaam en een lange staart en heeft alleen kieuwen. Een dikkop met inwendige kieuwen zal een kikker worden, en een dikkop met externe kieuwen een salamander.
Hoe spreek je dikkop uit?
/ˈdɪkɔp/
Dikkop bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ɔ | bot |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- persoon of dier met een buitengewoon groot hoofd
- koppigaard, stijfkop figuratively
- hoge piet, hoge ome (vaak met de bijgedachte aan hoogmoed) pejorative
- renner die vol groeihormonen zit
- larve van de kikker of salamander, in het stadium van uit het ei komen tot 6-9 weken (daarna wordt het een kikkervisje). Een dikkop bestaat uit een ovaalvormig lichaam en een lange staart en heeft alleen kieuwen. Een dikkop met inwendige kieuwen zal een kikker worden, en een dikkop met externe kieuwen een salamander.
- bepaalde soort vogels
- dikkopje
- benaming voor mieren uit het geslacht Pheidole in de subfamilie knoopmieren (Myrmicinae)
- kopvoorn (Squalius cephalus)
- bepaalde soort planten:
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dikkopje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dikkopjes | verkleinwoord, meervoud |
| dikkoppen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dik en kop **[1] in de betekenis van ‘iem. met een dik hoofd’ aangetroffen vanaf 1620