digitalis
zelfstandig naamwoord diɣi'talɪsBetekenis
- geneesmiddel voor hartziekten, bereid uit vingerhoedskruid
Hoe spreek je digitalis uit?
/dixiˈtalɪs/
Digitalis bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| i | riet |
| x | acht |
| t | tak |
| a | maan |
| l | land |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een geslacht Digitalis uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae). Het geslacht telt wereldwijd meer dan 22 twee- en meerjarige soorten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| digitalissen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘vingerhoedskruid’ voor het eerst aangetroffen in 1663
Woordfamilie van digitalis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| digitalissen | meervoud | digitalis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van digitalis zijn vastgelegd.