dierengeluid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een door een dier voortgebracht geluid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dierengeluiden | meervoud |
| dierengeluidje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dierengeluidjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van dier en geluid met het invoegsel -en-
Woordfamilie van dierengeluid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dierengeluiden | meervoud | dierengeluid |
| dierengeluidje | verkleinwoord | dierengeluid |
| dierengeluidjes | verkleinwoord meervoud | dierengeluid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dierengeluid zijn vastgelegd.