diehard
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈdɑjhɑːrtBetekenis
- een doorzetter, iemand die nooit opgeeft
Hoe spreek je diehard uit?
/ˈdɑjhɑrt/
Diehard bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| j | ja |
| h | hoed |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| diehards | meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- met betrekking tot een diehard
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘fanatieke aanhanger’ voor het eerst aangetroffen in 1929
Woordfamilie van diehard
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| diehards | meervoud | diehard |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van diehard zijn vastgelegd.