dichtbegroeid
bijvoeglijk naamwoord ˈdɪx(t)bəˌɣrujtBetekenis
- met een grote hoeveelheid planten per oppervlakte eenheid
- met teveel spullen volgepropt
Hoe spreek je dichtbegroeid uit?
/ˈdɪxtbəˌxrujt/
Dichtbegroeid bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| t | tak |
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| u | boek |
| j | ja |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dichtbegroeide | verbogen, stellende trap |
| dichtbegroeids | partitief, stellende trap |
Herkomst
samenstelling van dicht bw en begroeid bn
Woordfamilie van dichtbegroeid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dichtbegroeide | verbogen vorm | dichtbegroeid |
| dichtbegroeids | partitive, positive | dichtbegroeid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dichtbegroeid zijn vastgelegd.