dichtbevolkt
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met een relatief groot aantal inwoners
bijvoeglijk naamwoord
- met een relatief groot aantal inwoners in verhouding met het oppervlak
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dichtbevolkte | verbogen, stellende trap |
| dichtbevolkts | partitief, stellende trap |
Herkomst
samenstelling van dicht en bevolkt
Woordfamilie van dichtbevolkt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dichtbevolkte | verbogen vorm | dichtbevolkt |
| dichtbevolkts | partitive, positive | dichtbevolkt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dichtbevolkt zijn vastgelegd.