diaconessenhuis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een verpleeghuis of ziekenhuis van protestants-christelijke oorsprong
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| diaconessenhuisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| diaconessenhuisjes | verkleinwoord, meervoud |
| diaconessenhuizen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van diacones en huis met het invoegsel -en-
Woordfamilie van diaconessenhuis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| diaconessenhuisje | verkleinwoord | diaconessenhuis |
| diaconessenhuisjes | verkleinwoord meervoud | diaconessenhuis |
| diaconessenhuizen | meervoud | diaconessenhuis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van diaconessenhuis zijn vastgelegd.