dengue
zelfstandig naamwoord ˈdɛŋɡeBetekenis
- knokkelkoorts
Hoe spreek je dengue uit?
/ˈdɛŋge/
Dengue bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
| g | goal |
| e | veel |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een besmettelijke tropische ziekte die wordt veroorzaakt door het denguevirus. Tot de symptomen behoren koorts, hoofdpijn, spierpijn en gewrichtspijn, en een kenmerkende huiduitslag die lijkt op die van de mazelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dengues | meervoud |
| denguetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| denguetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van het Spaanse 'dengue'
Woordfamilie van dengue
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dengues | meervoud | dengue |
| denguetje | verkleinwoord | dengue |
| denguetjes | verkleinwoord meervoud | dengue |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dengue zijn vastgelegd.