daklook
zelfstandig naamwoord 'dɑklokBetekenis
- vetplant die op de daken van huizen groeit
Hoe spreek je daklook uit?
/ˈdɑklok/
Daklook bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| l | land |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine, neuter
- Sempervivum tectorum vetplant die op de daken van huizen groeit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dakloken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dak zn en look zn
Woordfamilie van daklook
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dakloken | meervoud | daklook |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van daklook zijn vastgelegd.