daklijst
zelfstandig naamwoord 'dɑklɛɪstBetekenis
- rand die onderlangs een dak loopt; de bovenste afsluiting van een muur langs de dakrand van de gevel
Hoe spreek je daklijst uit?
/ˈdɑklɛist/
Daklijst bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| l | land |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| daklijsten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dak zn en lijst zn
Woordfamilie van daklijst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| daklijsten | meervoud | daklijst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van daklijst zijn vastgelegd.