dagmaat
zelfstandig naamwoord ˈdɑxmatBetekenis
- maat van de hoeveelheid land die iemand in een dag kan maaien, ongeveer heen halve hectare, 5000 m2
- omvang van een raam of deur aan de lichtzijde
Hoe spreek je dagmaat uit?
/ˈdɑxmat/
Dagmaat bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| m | maan |
| a | maan |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- maat van de hoeveelheid land die iemand in een dag kan maaien, ongeveer heen halve hectare, 5000 m²
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dagmaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dagmaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| dagmaten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dag zn en maat zn
Woordfamilie van dagmaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dagmaatje | verkleinwoord | dagmaat |
| dagmaatjes | verkleinwoord meervoud | dagmaat |
| dagmaten | meervoud | dagmaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dagmaat zijn vastgelegd.