daalder
zelfstandig naamwoord 'daldərBetekenis
- een oude munt ter waarde van f1.50
Hoe spreek je daalder uit?
/ˈdaldər/
Daalder bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| a | maan |
| l | land |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een oude munt ter waarde van ƒ1,50 (30 stuivers)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| daalders | meervoud |
| daaldertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| daaldertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘zilveren munt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1566
Woordfamilie van daalder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| daalders | meervoud | daalder |
| daaldertje | verkleinwoord | daalder |
| daaldertjes | verkleinwoord meervoud | daalder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van daalder zijn vastgelegd.