cyclamen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- plantengeslacht uit de sleutelbloemfamilie
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- plantengeslacht Cyclamen uit de sleutelbloemfamilie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cyclamens | meervoud |
| cyclamentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cyclamentjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord cyclaam
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cyclamens | meervoud |
| cyclamentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cyclamentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1624
Woordfamilie van cyclamen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cyclamens | meervoud | cyclamen |
| cyclamentje | verkleinwoord | cyclamen |
| cyclamentjes | verkleinwoord meervoud | cyclamen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cyclamen zijn vastgelegd.