cursor
zelfstandig naamwoord ˈkʏrsɔrBetekenis
- een indicator die beweegt met de bewegingen van de muis en vaak pijlvormig is.
- een indicator bij het tekstverwerken die beweegt met het intoetsen van bepaalde toetsen en vaak knippert.
- een loper
- postbode
- harddraver, voor een wagen of draagstoel
- Cursor, bijnaam van L. Papirius
Hoe spreek je cursor uit?
/ˈkʏrsɔr/
Cursor bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ʏ | put |
| r | rood |
| s | sok |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cursoren | meervoud |
| cursors | meervoud |
| cursortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cursortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Engels cursor, in de betekenis van ‘indicator op een computerbeeldscherm’ voor het eerst aangetroffen in 1980
Woordfamilie van cursor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cursoren | meervoud | cursor |
| cursors | meervoud | cursor |
| cursortje | verkleinwoord | cursor |
| cursortjes | verkleinwoord meervoud | cursor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cursor zijn vastgelegd.