cross-over
zelfstandig naamwoordBetekenis
- uitwisseling, overspraak o.a.:
- (elektriciteit, interferentie) overspraak in audioversterkers, telecom (koperaders), electronische circuits
- (ethernet) cross-overkabel
- /spoor/gang/wissel in b.v. toneelpodium, spoorweg
- cross-over auto, met verhoogde carosserie en 4×4 aandrijving
- scheidingsfilter (audio)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cross-overs | meervoud |
Herkomst
(samenkoppeling) van cross en over
Woordfamilie van cross-over
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cross-overs | meervoud | cross-over |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cross-over zijn vastgelegd.