crawl
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- (het) kruipen
- sukkelgangetje
- lichtkrant
- een omheining voor vissen of schildpadden in ondiep water
- kruipen
- rondkruipen
- wemelen
- panlikken, slijmen, vleien
- crawlen
zelfstandig naamwoord — masculine
- zwemslag waarbij de armen beurtelings uitgeslagen worden en met de benen een snel op- en neergaande beweging wordt gemaakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| crawls | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van crawlen
- gebiedende wijs van crawlen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van crawlen
Vervoeging van crawl
crawlhele werkwoord
Herkomst
van het Engels
Woordfamilie van crawl
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| crawls | meervoud | crawl |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van crawl zijn vastgelegd.