cowboy
zelfstandig naamwoord 'kɔubɔjBetekenis
- iemand die op de wijze van het Westen van Amerika een kudde runderen hoedt
- overdrachtelijk iemand die zich voordoet, kleedt of gedraagt als 1
Hoe spreek je cowboy uit?
/ˈkɔubɔj/
Cowboy bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| u | boek |
| b | bak |
| j | ja |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- veedrijver/veehoeder, m.n. in het Midden-Westen
- iemand die zich roekeloos gedraagt, vrijbuiter figuratively
- wielrenner die zich tegen alles in naar voren werkt in het peloton [2]
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cowboys | meervoud |
| cowboytje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cowboytjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Amerikaans-Engels, in de betekenis van ‘veedrijver’ voor het eerst aangetroffen in 1899
Woordfamilie van cowboy
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cowboys | meervoud | cowboy |
| cowboytje | verkleinwoord | cowboy |
| cowboytjes | verkleinwoord meervoud | cowboy |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cowboy zijn vastgelegd.