corner
zelfstandig naamwoord ˈkɔrnərBetekenis
- een hoekschop vanuit een van de hoekpunten van een voetbalveld
- hoek van een ruimte
- hoek
- positie verwerven (in een bepaalde markt)
Hoe spreek je corner uit?
/ˈkɔrnər/
Corner bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| corners | meervoud |
| cornertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cornertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hoekschop’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950
Woordfamilie van corner
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| corners | meervoud | corner |
| cornertje | verkleinwoord | corner |
| cornertjes | verkleinwoord meervoud | corner |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van corner zijn vastgelegd.