container
zelfstandig naamwoord kɔn'tenərBetekenis
- (grote) (gestandaardiseerde) metalen kist voor het transport van losse goederen
- container
Hoe spreek je container uit?
/kɔnˈtenər/
Container bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| e | veel |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- (gestandaardiseerde) metalen kist voor het transport van losse goederen
- grote metalen bak waarin afval gestort kan worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| containers | meervoud |
| containertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| containertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘laadbak’ voor het eerst aangetroffen in 1948
Woordfamilie van container
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| containers | meervoud | container |
| containertje | verkleinwoord | container |
| containertjes | verkleinwoord meervoud | container |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van container zijn vastgelegd.