contactpersoon
zelfstandig naamwoord kɔn'tɑktpɛrsonBetekenis
- de persoon waarmee men contact heeft
Hoe spreek je contactpersoon uit?
/kɔnˈtɑktpɛrson/
Contactpersoon bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| s | sok |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die het contact verzorgt tussen twee personen of groepen die elkaar niet fysiek kunnen of mogen treffen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| contactpersonen | meervoud |
| contactpersoontje | verkleinwoord, enkelvoud |
| contactpersoontjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van contact en persoon
Woordfamilie van contactpersoon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| contactpersonen | meervoud | contactpersoon |
| contactpersoontje | verkleinwoord | contactpersoon |
| contactpersoontjes | verkleinwoord meervoud | contactpersoon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van contactpersoon zijn vastgelegd.