construct
zelfstandig naamwoord kɔnˈstrʏktBetekenis
- denkbeeld of ontwerp dat zelf weer met behulp van andere theoretische begrippen is samengesteld
- begrip dat met een tegenovergesteld begrip door mensen wordt gebruikt om hun ervaringen te ordenen
- constructie
- bouwen, construeren
Hoe spreek je construct uit?
/kɔnˈstrʏkt/
Construct bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ʏ | put |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| constructen | meervoud |
Herkomst
van Engels construct zn **[1] in de betekenis 'samengesteld theoretisch begrip' aangetroffen vanaf 1974 (zie vindplaats hieronder) **[2] in de betekenis 'begrip gebruikt om ervaringen te ordenen' aangetroffen vanaf 1970 (zie vindplaats hieronder)
Woordfamilie van construct
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| constructen | meervoud | construct |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van construct zijn vastgelegd.