commotie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- onrust bij een groep mensen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| commoties | meervoud |
| commotietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| commotietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opschudding’ voor het eerst aangetroffen in 1492
Woordfamilie van commotie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| commoties | meervoud | commotie |
| commotietje | verkleinwoord | commotie |
| commotietjes | verkleinwoord meervoud | commotie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van commotie zijn vastgelegd.