codicil
zelfstandig naamwoordBetekenis
- onderhands stuk waarin door de erflater bijzondere beschikkingen kunnen worden gemaakt, vaak als bijvoegsel bij een testament
zelfstandig naamwoord — neuter
- onderhands, dat wil zeggenn door de opsteller zelf handgeschreven en ondertekend stuk, waarin door de erflater bepaalde goederen en rechten kunnen worden vermaakt bij overlijden, vaak als bijvoegsel bij een testament. Het is een uiterste wilsbeschikking als bedoeld in het Nederlands erfrecht.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| codicillen | meervoud |
| codicilletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| codicilletjes | verkleinwoord, meervoud |
| codicils | meervoud |
| codiciltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| codiciltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bijvoegsel bij testament’ voor het eerst aangetroffen in 1536
Woordfamilie van codicil
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| codicillen | meervoud | codicil |
| codicilletje | verkleinwoord | codicil |
| codicilletjes | verkleinwoord meervoud | codicil |
| codicils | meervoud | codicil |
| codiciltje | verkleinwoord | codicil |
| codiciltjes | verkleinwoord meervoud | codicil |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van codicil zijn vastgelegd.