clivia
zelfstandig naamwoord 'klivijaBetekenis
- geslacht van kruidachtige, overblijvende planten met donkergroene bladeren en oranje of oranjerode clusters van bloemen die op lelies lijken
Hoe spreek je clivia uit?
/ˈklivija/
Clivia bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| i | riet |
| v | vis |
| j | ja |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor planten uit het geslacht Clivia, kruidachtige, overblijvende planten met donkergroene bladeren en oranje of oranjerode clusters van bloemen die op lelies lijken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| clivia's | meervoud |
| cliviaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cliviaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1884
Woordfamilie van clivia
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| clivia's | meervoud | clivia |
| cliviaatje | verkleinwoord | clivia |
| cliviaatjes | verkleinwoord meervoud | clivia |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van clivia zijn vastgelegd.