cirrus
zelfstandig naamwoord /'sɪrɵs/Betekenis
- een zeer hoog drijvende wolk die eruitziet als katoenvlokken, pluimen of veren, in regelmatige strepen aan de hemel verdeeld
Hoe spreek je cirrus uit?
/ˈsɪrɵs/
Cirrus bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɪ | pit |
| r | rood |
| ɵ | put |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cirri | meervoud |
| cirrussen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘vederwolk’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van cirrus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cirri | meervoud | cirrus |
| cirrussen | meervoud | cirrus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cirrus zijn vastgelegd.