cijferlijst
zelfstandig naamwoord 'sɛɪfərlɛɪstBetekenis
- lijst met behaalde vakken en hiervoor gekregen cijfers
Hoe spreek je cijferlijst uit?
/ˈsɛifərlɛist/
Cijferlijst bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɛi | trein |
| f | fiets |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cijferlijsten | meervoud |
| cijferlijstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cijferlijstjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van cijfer en lijst
Woordfamilie van cijferlijst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cijferlijsten | meervoud | cijferlijst |
| cijferlijstje | verkleinwoord | cijferlijst |
| cijferlijstjes | verkleinwoord meervoud | cijferlijst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cijferlijst zijn vastgelegd.