chiromantie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- waarzeggerij uit de lijnen van de hand, handlijnkunde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| chiromantieën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘handlijnkunde’ voor het eerst aangetroffen in 1734
Woordfamilie van chiromantie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| chiromantieën | meervoud | chiromantie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chiromantie zijn vastgelegd.