chalet
zelfstandig naamwoordBetekenis
- traditionele houten berghut met schuin dak, van oorsprong uit het alpengebied
- houten woning of berghut, alpenhut,
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| chaletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| chaletjes | verkleinwoord, meervoud |
| chalets | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘Zwitsers houten huis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1886
Woordfamilie van chalet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| chaletje | verkleinwoord | chalet |
| chaletjes | verkleinwoord meervoud | chalet |
| chalets | meervoud | chalet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chalet zijn vastgelegd.