categorie
zelfstandig naamwoord ˌkatəɣoˈriBetekenis
- onderdeel van een rangschikking, rang, groep
- een pagina met een overzicht van artikelen en/of andere pagina's, waarbij de pagina automatisch door het systeem samengesteld wordt.
- een begrip dat verwijst naar de meest algemene kenmerken van het predicaat, de eigenschap van iets
- (logica) een structuur uit een klasse van objecten en een klasse van bijhorende morfismen
Hoe spreek je categorie uit?
/ˌkatəxoˈri/
Categorie bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| x | acht |
| o | boot |
| r | rood |
| i | riet |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- een structuur uit een klasse van objecten en een klasse van bijhorende morfismen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| categorietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| categorietjes | verkleinwoord, meervoud |
| categorieën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘onderdeel van classificatie’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1665
Woordfamilie van categorie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| categorietje | verkleinwoord | categorie |
| categorietjes | verkleinwoord meervoud | categorie |
| categorieën | meervoud | categorie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van categorie zijn vastgelegd.