cash-and-carry
zelfstandig naamwoord ˌkɛʃɛnˈkɛriBetekenis
- een winkel waar de klant goederen in een grootverpakking koopt, contant betaalt en zelf meeneemt
Hoe spreek je cash-and-carry uit?
/ˌkɛʃɛnˈkɛri/
Cash-and-carry bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| ʃ | sjaal |
| n | nek |
| r | rood |
| i | riet |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cash-and-carry's | meervoud |
Herkomst
(samenkoppeling) van het Engelse cash, and en carry
Woordfamilie van cash-and-carry
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cash-and-carry's | meervoud | cash-and-carry |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cash-and-carry zijn vastgelegd.