cargo
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de goederen vervoerd door een voertuig
- een schip dat goederen vervoert
- lading, vracht
- functie, baan, betrekking, post, positie
- beschuldiging
- vrachtschip, cargoschip
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cargo's | meervoud |
| cargootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cargootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘vracht’ voor het eerst aangetroffen in 1633
Woordfamilie van cargo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cargo's | meervoud | cargo |
| cargootje | verkleinwoord | cargo |
| cargootjes | verkleinwoord meervoud | cargo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cargo zijn vastgelegd.