cadeau
zelfstandig naamwoord /kaˈdoː/Betekenis
- iets dat men aan iemand geeft zonder tegenprestatie, meestal ter gelegenheid van een feestelijke gebeurtenis
- geschenk
Hoe spreek je cadeau uit?
/kaˈdo/
Cadeau bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| d | dak |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| De fonetische schrijfwijze "kado" is nooit officiële spelling geweest. | |
| cadeaus | meervoud |
| cadeautje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cadeautjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geschenk’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van cadeau
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cadeaus | meervoud | cadeau |
| cadeautje | verkleinwoord | cadeau |
| cadeautjes | verkleinwoord meervoud | cadeau |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cadeau zijn vastgelegd.