cache
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- tijdelijk geheugen voor snelle toegang (tot schijfgegevens), cachegeheugen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| caches | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cachen
- gebiedende wijs van cachen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cachen
- aanvoegende wijs van cachen
Vervoeging van cache
cachehele werkwoord
Herkomst
van het Frans of Engels
Woordfamilie van cache
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| caches | meervoud | cache |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cache zijn vastgelegd.