bètadeeltje
zelfstandig naamwoord /ˈbɛːtaˌdeltʲə/Betekenis
- een negatief deeltje dat onderdeel is van de straling die geproduceerd wordt door bepaalde radioactieve verbindingen
Hoe spreek je bètadeeltje uit?
/ˈbɛtaˌdeltə/
Bètadeeltje bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| a | maan |
| d | dak |
| e | veel |
| l | land |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- een elektron of positron dat onderdeel is van de straling die geproduceerd wordt door bepaalde radioactieve verbindingen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bètadeeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
alleen verkleinwoord; samenstelling van bèta en deeltje
Woordfamilie van bètadeeltje
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bètadeeltjes | verkleinwoord meervoud | bètadeeltje |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bètadeeltje zijn vastgelegd.