buschauffeuse
zelfstandig naamwoord ˈbʏʃoˌføzəBetekenis
- Een vrouwelijke bestuurder van een bus.
Hoe spreek je buschauffeuse uit?
/ˈbʏʃoˌføzə/
Buschauffeuse bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ʏ | put |
| ʃ | sjaal |
| o | boot |
| f | fiets |
| ø | deur |
| z | zon |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| buschauffeuses | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bus en chauffeuse
Woordfamilie van buschauffeuse
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| buschauffeuses | meervoud | buschauffeuse |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buschauffeuse zijn vastgelegd.