bunder
zelfstandig naamwoord 'bʏndərBetekenis
- oude oppervlaktemaat, die in Nederland in 1816 werd gelijkgesteld aan 1 hectare of 10.000 vierkante meter en in 1937 is afgeschaft
Hoe spreek je bunder uit?
/ˈbʏndər/
Bunder bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ʏ | put |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine, neuter
- oude oppervlaktemaat, die in Nederland in 1816 werd gelijkgesteld aan 1 hectare (100 vierkante roeden) of 10.000 vierkante meter en in 1937 is afgeschaft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bunders | meervoud |
| bundertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bundertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘vlaktemaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1101
Woordfamilie van bunder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bunders | meervoud | bunder |
| bundertje | verkleinwoord | bunder |
| bundertjes | verkleinwoord meervoud | bunder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bunder zijn vastgelegd.