bukskin
zelfstandig naamwoord ˈbʏkskɪnBetekenis
- dik en sterk weefsel dat helemaal of voor een deel uit wol bestaat die gekeperd is geweven, samengeperst, wat geruwd en aan één kant geschoren; meestal gebruik voor herenkleding die slijtvast moet zijn
Hoe spreek je bukskin uit?
/ˈbʏkskɪn/
Bukskin bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ʏ | put |
| k | kat |
| s | sok |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als buckskin.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Herkomst
van Engels buckskin cloth, "textiel dat op hertenleer lijkt"
Woordfamilie van bukskin
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bukskins | meervoud | bukskin |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bukskin zijn vastgelegd.