buitenplaats
zelfstandig naamwoordBetekenis
- grote huizen waar rijke mensen uit de stad vooral in de zomer wonen, die men ook wel hofstede of landhuis noemt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| buitenplaatsen | meervoud |
| buitenplaatsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| buitenplaatsjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van buiten en plaats
Woordfamilie van buitenplaats
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| buitenplaatsen | meervoud | buitenplaats |
| buitenplaatsje | verkleinwoord | buitenplaats |
| buitenplaatsjes | verkleinwoord meervoud | buitenplaats |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buitenplaats zijn vastgelegd.